Oogst(z)weetjes

  • autochtone mispel: Onze Limburgse voorouders trokken de bossen in om de rotte (rijpe) mispels te plukken die zij gebruikten voor de Limburgse ‘mispelenvlaai’. Wilde mispels hebben kunnen overleven in oude hagen rond boerderijen. Tegenwoordig wordt hij meestal meer om zijn sierwaarde aangeplant. Hij bloeit namelijk met prachtige, grote, witte, zoet geurende bloemen die door vele soorten insecten bezocht worden.
  • wilde kamperfoelie: Als één van de eersten lopen de knoppen van de wilde kamperfoelie na de winter uit. Het is een houtige liaanachtige plant die zich meedogenloos om andere bomen en struiken kan winden. Vooral ’s avonds verspreiden de prachtige bloemen een heerlijke, zoete geur waardoor de wilde kamperfoelie erg geliefd is als tuinplant en als voedselbron voor rupsen van motten en vlinders, zoals de glasvleugelpijlstaart en de kleine ijsvogelvlinder.
  • winterlinde: Wist je dat een winterlinde twee soorten honing kan voortbrengen? De lindebloesemhoning die net als andere bloemenhoningsoorten voor het overgrote deel een plantaardig product is, wordt door de honingbijen bereid uit de nectar afkomstig van de lindebloesem. De honingdauwhoning is een dierlijk product: lindebladluizen bijten gaatjes in de bladeren en zuigen zich vol met het zoete floeemsap uit de lindeboom. Een deel van het sap verbruiken ze zelf en de rest scheiden ze weer uit. De honingbijen likken dit op en voegen hier lichaamseigen stoffen aan toe waardoor het zoete goedje verder aangedikt wordt tot een heerlijke mineraalrijke honing.