koeien in weiland - Foto: A. Mengels

de Nieuwe Tijd

Rijzende akkers

De bemesting van de akkers werd intenser. Hiervoor werd humusrijk materiaal uit de ‘woeste’ gronden gebruikt. De akkers konden zo jaarlijks benut worden. Meer akkers betekende ook meer vee. Ze graasden door de bossen waar ook bosstrooisel gewonnen werd. De bossen veranderden naar uitgestrekte heidevelden.

Kunstmest en prikkeldraad

In de 20ste eeuw veranderde de balans tussen cultuurgronden en woeste gronden. Door de uitvinding van kunstmest verloren de woeste gronden hun functie. Plaggenbemesting en extensieve graaslanden waren niet meer nodig.

In deze periode ontstond de grootste ontginningsijver. Heidevelden werden in gebruik genomen als akker. De moerassige gebieden werden drooggelegd. De Lossing werd als belangrijkste ontwateringskanaal gegraven . Diverse hoeves (Woutershof, Smeetshof) herinneren aan de grote ontginning.

De prikkeldraad heeft een enorme invloed gehad op het landschap. Houtwallen verloren hun functie als veekering en werden op grote schaal gerooid. De Brand en Langeren in Neeroeteren zijn grotendeels aan deze ingrepen ontsnapt. Hier vind je nog een grote dichtheid aan houtwallen, houtkanten, bosjes, hooi- en weilanden.

Na de tweede Wereldoorlog verandert het landschap grootschalig. Vooral in het Nederlandse gedeelte ontwikkelde het landbouwlandschap tot een agrarisch productielandschap met een industrieel karakter.

Kempen~Broek is geëvolueerd tot een boeiend, afwisselend landschap.

Twitter


Otter in de Antwerpse Kempen... ook welkom in Kempen~Broek !
2 days ago

Onze Twitter pagina